De smartphone als teddybeer

Het is 29 december 2018. Ik zit te luisteren naar Bregje Hofstede van ‘De Correspondent’. De, wat mij betreft, van harte aanbevolen podcast waar een positief kritisch geluid gehoord wordt waar ik een glimlach van krijg. In deze podcast vraagt zij zich af waarom het zo moeilijk is om van de smartphone af te blijven. Waarom Facebook zo hardnekkig om aandacht vraagt, en hoe kun je dat veranderen.


De smartphone als wachtkamer
Ze noemt de smartphone een digitale knuffelbeer, wachten is niet meer van de tijd. Stoplicht? Kijken!

Wachten als non-activiteit terwijl het gewoon een bezigheid is.

Even naar afgelopen week.
Ik zit in de trein terug naar Leiden rond tien uur in de avond. Het is rustig waarbij ik zelf alleen zit waar vier mensen met de knieën tegen elkaar kunnen zitten.
Rondom mij zitten op elke stoel wel mensen, allemaal kijkend naar….
Inderdaad, hun smartphone. Het is een heel raar gezicht.
Plotseling komen er op station Delft drie jonge mannen binnen met behoorlijk veel herrie.
De omgeving schrikt uit de smartphonedroom en kijkt verstoord naar de groep.
Ze gaan alle drie om mij heen zitten. Het komt bedreigend over.
De man tegenover mij begint excuses te maken en pakt meteen zijn smartphone terwijl de andere twee het ding al in de hand hebben.
Ik zie mijn kans waar en begin te vertellen dat ik het al eng stil vond omdat ‘men’ zich achter hun digitale teddybeer verschuilt. Links zie ik een vrouw glimlachen.
Er ontstaat een geanimeerd gesprek over het onderwerp ‘is het leven een vat vol keuzes of overkomt het je?’
Ik grap nog dat toen ik in 1923 18 was, dat het een andere tijd was. Verschrikt zie ik meerdere mensen rekenen en het ongeloof stijgt met de aandacht. Steeds meer mensen zie ik hun smartphone wegstoppen en glimlachend luisteren. Eindelijk wordt de zombiemachine gestopt op de plaats waar die hoort. Het is een telefoon en meer niet.
De jongen tegenover mij begint nog over de middeleeuwen. De tijd dat we geen techniek kenden. Ik ga onwillekeurig naar mijn jeugd (dat was niet in 1923 want mijn vader was nog niet eens geboren). Dat was dus niet de middeleeuwen.
Helaas, Leiden komt in zicht en ik maak me op voor de uitstap. De mannen geef ik een hand en bedank hun. Met mijn opstaan gaan ook anderen de trein uit. Een aantal reageren met een bedankje en een glimlach. Wat kan de trein toch een mooi smart-(zombie)-phone-loos ding zijn. Zo fiets ik glimlachend naar huis. Toch effe stiekem kijken of ik nog mail heb gekregen. En dat op de fiets…….